Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik, verweerder
[vruchtgebruiker], te [woonplaats 1] , (vruchtgebruiker); en
Procesverloop
Overwegingen
[buurtschap]” . Hieruit volgt dat de [weg 1] vanaf zijn oorsprong een doorgaande weg is van [woonplaats 1] richting Driebergen en dat [B] niemand gesproken heeft die zich een afsluiting kan herinneren. De getuigenverklaringen en de brief van 26 mei 2015 van [B] bieden hiermee een eenduidig en betrouwbaar beeld over het gebruik van de [weg 1] in de periode van belang. Het beeld dat de [weg 1] gedurende een periode van 30 jaar voorafgaande aan het bestreden besluit niet afgesloten is geweest wordt verder ook nog ondersteund door de kadastrale kaarten die derde-partij heeft overgelegd. Op de kaarten uit 1969 en 1985 staat de [weg 1] ingetekend als een doorgaande weg. Daartegenover staat dat eiser geen bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de [weg 1] in het verleden niet voor een ieder toegankelijk is geweest of door het bevoegd aan het openbaar verkeer is onttrokken, waardoor de weg op grond van artikel 7 van Pro Wegenwet opgehouden heeft openbaar te zijn. Daarbij kan een overheidsmaatregel om de weg tijdelijk af te sluiten vanwege de MKZ-crisis niet gelden als onttrekking aan het openbaar gezag als bedoeld onder II van voornoemd artikel. De rechtbank overweegt tenslotte dat ook, gelet op de verkeersfunctie van de [weg 1] , de weg als openbaar is aan te merken. Het betreft van oorsprong een doorgaande weg van [woonplaats 1] naar Driebergen, terwijl het gedeelte ten zuiden van de N229 niet doodlopend is, maar uitkomt op de [weg 2] . Voorts wordt de weg feitelijk gebruikt door postbezorgers, afhaaldiensten en door wandelaars.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;