Op 11 juni 2016 bedreigde verdachte het slachtoffer met een schroevendraaier door stekende bewegingen richting diens hals te maken, wat door het slachtoffer als bedreigend werd ervaren. Daarnaast mishandelde verdachte het slachtoffer door hem meerdere keren krachtig in het gezicht te slaan.
De rechtbank heeft het primair ten laste gelegde feit van poging tot doodslag niet bewezen verklaard, maar achtte de subsidiaire bedreiging en mishandeling wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, een getuige, camerabeelden en de bekentenis van verdachte.
Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en kreeg bijzondere voorwaarden opgelegd waaronder reclasseringstoezicht en ambulante behandeling gericht op agressieregulatie. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €200 toegewezen aan het slachtoffer.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit, de agressieve gedragingen in het verkeer, het beperkte zelfinzicht van verdachte en de noodzaak van behandeling om recidive te voorkomen. De rechtbank mat de eis van de officier van justitie en legde een lagere taakstraf op gezien de omstandigheden.