Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 28 april 2017;
- de schriftelijke reactie van mr. M. Wolfrat van 9 mei 2017;
- de schriftelijke reactie van verzoeker van 10 mei 2017.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke wrakingszaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M. Wolfrat, de behandelend rechter in een andere procedure. Verzoeker stelde dat de rechter onpartijdigheid zou missen vanwege een processuele beslissing waarbij de rechter verweerder nogmaals de gelegenheid gaf zijn standpunt kenbaar te maken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en relevante jurisprudentie omtrent onpartijdigheid. De kamer oordeelde dat de beslissing van de rechter een normale processuele beslissing betrof en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in dezelfde procedure niet in behandeling zal worden genomen vanwege misbruik van het wrakingsmiddel. De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik.