Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Gang van zaken en doodsoorzaak
overhet water heeft gekeken. Zij heeft voorts verklaard niet over de rand te hebben gekeken. De rechtbank acht, gelet op de bewijsmiddelen, niet aannemelijk dat het water ten tijde van haar waarneming toen zij de map ging pakken, reeds geheel glad was geworden. De rechtbank overweegt hierbij voorts dat toen getuige [getuige 5] ging zwemmen en nog op de kant was, noch door haar, noch door [medeverdachte 1] , die toen ook in de zwemzaal was, is gezien dat er iets of iemand op de bodem lag. Toen moet het water, gelet op de verstreken tijd, rustig zijn geweest. Het is een objectief gegeven dat [slachtoffer] op dat moment op de bodem lag. Haar aanwezigheid daar is niettemin pas waargenomen toen [getuige 5] met een zwembrilletje op met haar hoofd onder water was. Dat [slachtoffer] ook toen, met glad water, niet op de bodem is gezien maakt dat de rechtbank geen doorslaggevende waarde hecht aan de verklaring van [verdachte] dat er niets op de bodem lag na de zwemles.
Normstelling
- Overgangsgebied tussen ondiepe bodem en diepe deel van het bad;
- (…);
- Duikplank.’
III.3staat weergegeven dat de praktijk heeft geleerd dat voldoende toezichthouders slechts dan ‘voldoende toezicht’ oplevert als duidelijke afspraken worden gemaakt over wie welk deel van een zwembassin voor zijn/haar rekening neemt. Iedereen houdt toezicht op alles blijkt niet altijd te werken. [75] Een andere afspraak zou kunnen zijn dat leerlingen met een beperkte zwemvaardigheid, ook tijdens het vrij zwemmen, in een apart bassin/afgescheiden gedeelte verblijven. Overigens zal, wil die afspraak zinvol zijn, alle betrokken toezichthouders duidelijk moeten zijn welke leerlingen dat zijn. [76]
Feitelijke invulling van het toezicht in het algemeen en op 21 september 2015 in het bijzonder
Beoordeling
5.Bewezenverklaring
De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
60 uren.
30 dagen.