Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
nietals investeringen ten behoeve van zijn ouders kunnen worden beschouwd, maar dat verdachte het geld heeft aangewend voor zichzelf om zijn toenmalige vriendin te fêteren en een schenking te doen aan zijn dochter. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat daarmee het verband tussen de constateringen van de psycholoog en de feitelijke gang van zaken in dit dossier ontbreekt. De rechtbank zal daarom het advies van de psycholoog terzijde leggen en verdachte de bewezen verklaarde feiten volledig toerekenen, nu er ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. Zowel de materiële als de immateriële schade worden als onweersproken toegewezen. De wettelijke rente over deze bedragen zal de rechtbank toewijzen vanaf 27 april 2014, de dag dat benadeelde [benadeelde 1] constateerde dat de op zijn naam staande rekening bij de Regiobank nagenoeg leeg was.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
vijf maanden;