ECLI:NL:RBMNE:2017:3681

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juli 2017
Publicatiedatum
17 juli 2017
Zaaknummer
440776/HA RK 17-133
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een civiele zaak nadat de rechter al een einduitspraak had gedaan. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 en Pro 39 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De wrakingskamer overweegt dat het doel van wraking is te voorkomen dat de gewraakte rechter nog langer betrokken is bij de zaak. Omdat de rechter al een eindbeslissing heeft gegeven, kan dit doel niet meer worden bereikt. Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en draagt er zorg voor dat deze beslissing wordt toegezonden aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie Utrecht
zaaknummer: 440776/HA RK 17-133
beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 5 juli 2017
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen: verzoeker),

1.De procedure

1.1.
De wrakingskamer heeft op 14 juni 2017 het verzoek tot wraking ontvangen.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. M.J.C.M. Manders als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer 5655947 MC 17-681.
2.2.
Verzoeker heeft op de zitting van 14 juni 2017, nadat kantonrechter mr. R.F. van Aalst de uitspraak in het openbaar heeft gedaan, de rechter gewraakt. Hij heeft daarbij een verklaring overgelegd en deze voorgedragen.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
In het tweede lid van artikel 39 Rv Pro is bepaald dat de verzoeker en de rechter wiens wraking is verzocht in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. Hiermee is beoogd verzoeker de gelegenheid te bieden te worden gehoord op de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden op grond waarvan hij meent dat de onpartijdigheid van één of meer bepaalde rechters in het geding is. Het in deze bepaling opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever beschouwd als een debat over de gegrondheid van het verzoek. In dit geval ziet de wrakingskamer aanleiding om in afwijking van het in
artikel 39 lid 2 Rv Pro neergelegde uitgangspunt uitspraak te doen over het door verzoeker
ingediende wrakingsverzoek zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Hiertoe
wordt als volgt overwogen.
3.2.
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een eindbeslissing, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan Een wraking moet immers beletten dat de gewraakte rechter (nog langer) bemoeienis met die specifieke zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een eindbeslissing heeft gegeven. Vaststaat dat de rechter op 14 juni 2017 de eindbeslissing heeft gegeven in de zaak met zaaknummer 5655947 MC 17-681 en dat het wrakingsverzoek daarna is ingediend. Gelet op het voorgaande is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek..

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel- en bestuursrecht en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, en
mr. S.H. Hagedoorn en mr. A. van Dijk, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A.L. de Gier, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.