2.4.In het proces-verbaal van de zitting van 14 juni 2017 is onder meer vermeld:
“Gemachtigde van eiseres
(lees: de heer [gemachtigde] , wrakingskamer): Ik heb een stenografisch verslag van een telefonisch gesprek met mevrouw [A] . Ik heb het over haar woorden aan de telefoon. Ik had de rechtbank verzocht deze procedure gevoegd te behandelen met een andere zaak over de toepassing van de kostendelersnorm, zodat duidelijk kon worden hoe verweerder agressief tegen uitkeringshouders te werk gaat.
Rechter: Als u dat zegt, moet u onderbouwen waarom dat relevant is voor deze zaak. Mevrouw [A]
(lees: de gemachtigde van het college, wrakingkamer) legt het beleid van verweerder
(lees: het college, wrakingskamer)uit. U kunt vervolgens uitleggen wat daar niet aan klopt.
Gemachtigde van eiseres: Ik vind het een belediging dat wij met iedereen over een kam worden geschoren. We moeten ons concentreren op deze zaak. Wij hebben nooit bijzondere bijstand aangevraagd. Wij gingen ervan uit dat we de zaak gingen winnen. Mijn zieke moeder is door verweerder geestelijk mishandeld. Verweerder heeft ons jarenlang getreiterd. Wij konden ons daardoor niet concentreren op ons dagelijks leven.
Rechter: Meneer [gemachtigde] , ik oordeel over déze procedure. U komt nu met allerlei aantijgingen tegen verweerder die geen betrekking hebben op deze procedure.
Gemachtigde van eiseres: U moet voorzichtiger zijn met uw woorden. Het zijn geen
aantijgingen.
Rechter: Ik probeer hier de zitting serieus te leiden. Ik bepaal wie er wanneer iets zegt.
Gemachtigde van eiseres: Ik heb het over de inhoud. U heeft niet het recht mij de mond te snoeren. U heeft niet die bevoegdheid. U moet luisteren naar wat ik zeg en dat betrekken op het geheel van de situatie.
Rechter: Mevrouw [A] , ik leg het aan u uit. Ik hoor de gemachtigde van eiseres uitspraken doen over verweerder, ik hoor dat alleen aan.
Gemachtigde van eiseres: U zei ‘aantijgingen’ en dat is een oordeel. U moet alle feiten met
elkaar afwegen.”
En:
“Rechter: Ik wil niet dat u naar mevrouw [A] wijst.
Eiseres
(lees: mevrouw [verzoekster] , wrakingskamer)(vertaald door haar zoon): Wat is de reden dat jullie geen respect tonen voor jonge personen?
Rechter: Vindt u mij respectloos?
Gemachtigde van eiseres: Uw houding is niet heel respectvol. Ik spreek met mijn handen, dat is temperament. We hebben de houding van verweerder al vele keren meegemaakt. Wij zijn al voldaan van dat soort bejegeningen. (…).”
En:
“Rechter: Meneer [gemachtigde] , mevrouw [A] blijft bij de beslissing die in bezwaar is genomen.
Gemachtigde van eiseres: Dat is een houding waarom wij twee jaar in onze rechten worden aangetast. U bent partijdig op dit moment.
Rechter: Ik ben niet partijdig. Ik geef de standpunten weer van u en van de gemeente.
Gemachtigde van eiseres: Dat doet u niet.
Rechter: Als u vindt dat ik de zaak niet kan behandelen, dan moet u het zeggen.
Gemachtigde van eiseres: Dan wraak ik u.
Rechter: Kunt u de wrakingsgronden aangeven?
Gemachtigde van eiseres: Ik heb geconstateerd vanaf het begin dat ik op een gegeven moment mijn verweer baseer op de fouten van de gemeente en dat u een positie inneemt. Ik baseer mijn verweer op de fouten van de gemeente, dat heeft invloed op onze rechtspositie. En u, mevrouw de rechter, kapt mij af, u begint op een wijze, als ik zeg dat de gemeente agressief tegen ons is, u gaf aan dat ik niet dat woord moet gebruiken als dat klopt. De gehele situatie duidt op het feit dat u te beschermend bent wanneer ik de gemeente aanspreek op hun woorden. Ik vul het graag schriftelijk aan.
De rechter schorst het onderzoek ter zitting omstreeks 12.15 uur.”