ECLI:NL:RBMNE:2017:3938
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verkoopverbod alcoholhoudende dranken in winkel
Verzoekers exploiteren een winkel waar naast levensmiddelen ook telefoonartikelen, tabak en alcoholhoudende dranken worden verkocht. Verweerder, de burgemeester van Utrecht, heeft hen gelast de verkoop van alcoholhoudende dranken te staken omdat niet wordt voldaan aan artikel 18, tweede lid, aanhef en onder a, van de Drank- en Horecawet (Dhw).
Verzoekers betoogden dat de omzet uit lichtalcoholische dranken slechts 5% bedraagt en dat de winkel wel voldoet aan de wettelijke uitzondering. De voorzieningenrechter stelde vast dat het assortiment voor ongeveer de helft uit telefoonartikelen bestaat en voor de andere helft uit lichtalcoholische dranken, tabak en levensmiddelen. Ook de uitstraling van de winkel is die van een telefoonwinkel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het criterium 'in overwegende mate' correct heeft geïnterpreteerd en toegepast, en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verkoopverbod van alcoholhoudende dranken wordt afgewezen.