Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , h.o.d.n. [winkel] , te [vestigingsplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente De Ronde Venen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Heeft eiser een procesbelang?
Is sprake van overtreding van de DHW?
verkochtmaar om wat er in overwegende mate in de verkoop ligt. Volgens verweerder blijkt uit het proces-verbaal dat de [winkel] in overwegende mate is ingedeeld als een boekwinkel.
verstrekkingvan zwak-alcoholhoudende dranken. De rechtbank gaat in dit verband voorbij aan verweerders mededeling ter zitting dat de toezichthouder mondeling tegenover hem heeft verklaard dat er bier is verkocht, omdat die mededeling onvoldoende concreet is –de redenen van wetenschap ontbreken – en het naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand ligt dat een
verkooptransactieniet als zodanig (ook) in het proces-verbaal (of in een aanvullende proces-verbaal) zou zijn vermeld. De rechtbank gaat er ondanks het voorgaande echter wel vanuit dat er feitelijk sprake is geweest van verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de DHW, omdat eiser ter zitting heeft erkend dat hij de avond vóór de controle bier had verkocht.