Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 augustus 2017 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
uitspraak te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een werkgever, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor haar zieke werkneemster. De werkneemster was sinds februari 2014 ziekgemeld en had verschillende periodes van passende arbeid en uitval gekend. De bedrijfsarts stelde dat er geen benutbare mogelijkheden meer waren, maar het UWV vond dat de bedrijfsarts ten onrechte had geconcludeerd dat er geen re-integratiekansen waren, waardoor de werkgever tekort was geschoten.
De rechtbank oordeelde dat de loonsanctie terecht was opgelegd. Hoewel de re-integratie-inspanningen tot april 2015 als voldoende waren beoordeeld, was de werkgever daarna onvoldoende actief geweest. De medische beoordeling van het UWV was zorgvuldig en de bedrijfsarts had niet tijdig de beperkingen vastgesteld die nodig waren om de re-integratie adequaat te begeleiden. Ook het argument dat de werkgever mocht afgaan op haar bedrijfsarts werd verworpen, omdat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van de re-integratie.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd zonder daarvoor een deugdelijke grond te hebben. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de loonsanctie gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie gehandhaafd.