Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 6 september 2017 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiseres 2] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente] , verweerder
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] (Ut.) (gemachtigde: mr. H.P. Verheyen).
Procesverloop
Overwegingen
De uitbreiding van het parkeerterrein omvat 41 parkeerplaatsen. Door die parkeerplaatsen in de directe nabijheid van aanvragers perceel moet aanvrager in plaats van met de aanwezigheid van één huishouden op de direct aangrenzende gronden rekening houden met de aanwezigheid van een aanzienlijk aantal mensen komende en gaande naar de horecagelegenheid. […]
Met name wanneer in de nieuwe planologische situatie meer mensen aanwezig kunnen zijn dan voorheen en/of wanneer sprake is van meer permanent menselijk verblijf, kunnen omwonenden dat als een beperking van hun persoonlijke levenssfeer ervaren. Óf en de mate waarin er een inbreuk op de privacy kan ontstaan, wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin waarnemer en waargenomene elkaar kunnen zien en/of elkaar kunnen horen. Daarin spelen de onderlinge afstand en eventuele mogelijkheden van tussenliggende bestemmingen een belangrijke rol.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr. G.C.W. van der Feltz, leden, in aanwezigheid van mr. S.B.M. Vreeswijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017.