Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ejaar helzelfde zijn of maximaal 10% lager zijn, dus 18% in plaats van 20%. Is dat niet het geval geldt dezelfde vergoeding, of maximaal 10% meer, 22% in plaat van 20%.”
- het begeleiden van de Artiest in zijn carrière als uitvoerend artiest;
- Het voeren van onderhandelingen met derden met als doel Artiest te voorzien van werk dat aansluit op de artistieke mogelijkheden van Artiest, waarbij honorering, aard en frequentie van deze werkzaamheden in goed onderling overleg worden bepaald;
- het adviseren van Artiest bij en het voeren van contractbesprekingen met derden ten aanzien van aan Artiest toekomende rechten van intellectuele eigendom en daarmee samenhangende royaltyvergoedingen;
- het controleren van boekingen van optredens, het bemiddelen van overeenkomsten met derden ten behoeve van muziekopdrachten. (doen) opstellen van overeenkomsten en afrekeningen;
- opzetten, uitvoeren en/of begeleiden van Artiest bij social media activiteiten
- begeleiden bij aanmelden van werken van Artiest bij Buma Stemra en Sena
SR(lees: Spinnin ,rb) over het volledige eigendomsrecht en het exclusieve recht om van de geluidsband en de opname(n) daarop reprodukties te vervaardigen en de aldus vervaardigde reprodukties in het gebied te verkopen of de geluidsband anderszins te exploiteren (inclusief transmissie/download, ringtone, streaming, kopieren, beeldrecht, en internet) in de ruimste zin des woords, met dien verstande echter dat genoemd recht beperkt zal zijn tot het gebruik van de geluidsband als vermeld in de Bijlage, inclusief alle (re)mixen vocals en afgeleiden daarvan. De Producer verklaart tevens geen her-opnames, remakes of covers voor derden te vervaardigen van de geluidsband(en) als vermeld in de Bijlage.’
SRover te dragen.
De Producervrijwaart
SRtegen alle aanspraken welke derden tegen SR zullen doen gelden of instellen - waaronder ten deze onder meer met name verstaan moeten worden de uitvoerende kunstenaar(s), sessiemuziekanten, sessiezangers(essen) producer(s) en alle anderen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de geluidsopnamen alsmede eventuele gemaakte of te maken studiokosten, alsmede copyright-owners van auteursrechtelijk beschermd materiaal door de
Produceraangeleverd onder de overeenkomst ten behoeve van hoesontwerpen, affiches, streamer audio samples, video/beeld samples etc.”
SRde geluidsopnamen kosteloos aan
SRter beschikking stellen in de vorm van een productiekopie (CD-r, ftp, digitaal audiofile of in overleg anderszins) welke aan de gebruikelijke kwaliteitseisen zal voldoen, alsmede -Indien overeengekomen- dia’s en/of hoesontwerpen en/of litho’s. Bij levering van eerdergenoemde productiekopie zal
de Produceral die informatie verschaffen welke
SRnodig heeft, o.a. de titel(s) en tijd(en) van de opgenomen werken, de namen en biografische bijzonderheden van de uitvoerend artiest, producer(s), auteur(s), componist(en). uitgever(s), e.d.’
SRaan
de Producerverschuldigd worden:
SRverkopen van alle ingevolge deze overeenkomst afgerekende en niet geretourneerde en aan SR afgerekende reprodukties te berekenen over de door
SRnetto ontvangen PPD.
- (ii) Ingeval van in-house compilaties uitgebracht door
SR.
SR) (inbegrepen verschuldigde auteursrechten), zal
SReen vergoeding verschuldigd zijn van 50% van de normale royalty.
SRof haar licentienemer(s) een radio/tv campagne of club promotie initieert ten behoeve van de bevordering van de verkoop van cd(maxi)singles/vinyl danwel volledig project/artiesten albums, zijn deze kosten 50% verrekenbaar met royalties te betalen aan
de Producer.
SRis tevens gerechtigd tot een reservering van 25% van de totale opbrengsten, een en ander te vertekenen met eerst volgende statement, tenzij er reden is om daar van af te wijken.
SRverschuldigde vergoeding wordt geacht in te houden een vergoeding voor de door
de Producerte betalen uitvoerende kunstenaar(s) en co-producer(s) die aan de op de geluidsband voorkomende geluidsopnamen hebben meegewerkt, studiokosten, alsmede eventuele (sessie) zangers(essen), door Producer,
SRof derden ingehuurd. Dat geldt tevens voor kosten voor eventuele audio of video samples gebruikt. De Producer verklaart dat hij zorg draagt respectievelijk zal zorgdragen voor betaling en vrijwaart
SRvoor alle aanspraken ter dier zake.”
- het adviseren van Artiest bij en het voeren van contractbesprekingen met derden ten aanzien van aan Artiest toekomende rechten van intellectuele eigendom en daarmee samenhangende royaltyvergoedingen;
primairdat [eiser] wordt veroordeeld tot vergoeding aan MAS van een bedrag van € 2.697.000,- alsmede de wettelijke rente daarover, althans
subsidiairdat [eiser] wordt veroordeeld tot vergoeding van alle door de onder iv genoemde tekortkomingen en daaropvolgende ontbinding door MAS geleden en te lijden schade, waaronder redelijke kosten in de zin van art. 6:96 onder Pro b en c BW en de wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
primairdat [eiser] wordt veroordeeld tot vergoeding aan Spinnin Records B.V. van een bedrag van € 3.720.000,- alsmede de wettelijke rente daarover, althans
subsidiairdat [eiser] wordt veroordeeld tot vergoeding van alle door de onder viii. genoemde tekortkoming en daaropvolgende ontbinding door Spinnin Records 8.V. geleden en te lijden schade, waaronder redelijke kosten in de zin van art. 6:96 onder Pro b en c BW en de wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
at: “Deze overeenkomst gaat per heden in en is aanvullend/vervangt de voorgaande overeenkomst zoals getekend dd. 20 juli 2012”(zie 2.17.). Voor de managementovereenkomst volgt dit uit artikel 10 lid 4 waarin Pro dezelfde bepaling staat. Verder voert [eiser] aan dat de overeenkomsten uit 2013 feitelijk dezelfde zijn omdat ze zien op dezelfde onderwerpen en dezelfde rechten en plichten bevatten als de overeenkomsten uit 2012. Ook dit toont aan dat de overeenkomsten in 2013 zijn verlengd en niet opnieuw zijn aangegaan. Er is sprake van één productieovereenkomst (aangegaan in juli 2012 en verlengd in 2013) en één managementovereenkomst (aangegaan in juli 2012 en verlengd in 2013). Het beroep op de vernietiging op grond van dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden en artikel 25f Auteurswet, alsmede het beroep op ontbinding als gevolg van de toerekenbare tekortkomingen treft derhalve de gehele (verlengde) productieovereenkomst respectievelijk de gehele (verlengde) managementovereenkomst, aldus steeds [eiser] .
12 (“Deze overeenkomst … is aanvullend/vervangt de voorgaande overeenkomst”). Daaruit blijkt dus niet duidelijk dat partijen de overeenkomsten uit 2012 hebben willen verlengen. Daarentegen spreekt artikel 2 van Pro de managementovereenkomst van 2013 wel nadrukkelijk van het “vervangen” van de eerder afgesloten overeenkomst
(“Deze overeenkomst vervangt het reeds eerder afgesloten management contract”).Dit vormt een duidelijke aanwijzing om ervan uit te gaan dat in 2013 een nieuwe managementovereenkomst is aangegaan. Verder staat vast dat de overeenkomsten uit 2012 en die uit 2013 een verschillend aanvangsmoment hebben, hetgeen een belangrijk argument vormt om aan te nemen dat partijen destijds bedoeld hebben een nieuwe overeenkomst aan te gaan. De eerste productieovereenkomst liep van 20 juli 2012 en eindigde twee jaar later (20 juli 2014; met een verlengingsoptie van één jaar). De tweede productieovereenkomst ving aan op 30 juli 2013 en eindigde twee jaar later op 30 juli 2015 (met een verlengingsoptie van twee jaar). Zowel het aanvangsmoment als het beëindigingsmoment (alsmede de duur van de verlengingsoptie) verschillen dus. Als de tweede productieovereenkomst een verlenging zou zijn geweest van de eerste productieovereenkomst, zou het voor de hand hebben gelegen in ieder geval de aanvangsdatum ongewijzigd te laten. Dit is echter niet gebeurd. De managementovereenkomsten hebben ook verschillende aanvangsdatums, verschillende beëindigingsdatums alsmede een verschillende duur van de verlengingsopties. Speciaal met betrekking tot de managementovereenkomst valt verder op dat een derde partij tot de overeenkomst is toegetreden, namelijk [naam mediabedrijf] , hetgeen eveneens een aanwijzing vormt om ervan uit te gaan dat partijen toen een nieuwe overeenkomst hebben willen sluiten. Verder merkt de rechtbank op dat een verlenging van een bestaande overeenkomst, al dan niet met inhoudelijke aanpassingen, veelal wordt vastgelegd in een allonge of addendum dat aan de bestaande overeenkomst wordt gehecht, zoals artikel 10 lid 1 van Pro de managementovereenkomst van 2012 ook voorschrijft. Dit is echter niet gebeurd.
en: “Als producent wordt aangemerkt het bedrijf dat het fonogram maakt of laat maken (…). Bepalend is niet wie het fonogram feitelijk tot stand brengt, maar wie de financiële verantwoordelijkheid draagt.” en “Uit de wetsgeschiedenis en de rechtspraak volgt dat het dragen van de financiële verantwoordelijkheid (het exploitatierisico) danOmdat het Spinnin was die de financiële eindverantwoordelijkheid droeg voor de exploitatie van iedere track van [eiser] , zoals onder meer kosten van de daadwerkelijke exploitatie en alle daarvoor benodigde activiteiten, is Spinnin de fonogrammenproducent. En voor zover [eiser] initieel de kosten van de feitelijke productie van de door hem aangeleverde geluidsbanden heeft gedragen, werden deze ingevolge art. 10 van Pro de Productie Overeenkomst 2012 (zie 2.12.7) en art. 8 van Pro de Productie Overeenkomst 2013 (zie 2.16) volledig gecompenseerd door de royalty’s die hij voor deze werkzaamheden ontving. Verder was Spinnin, door tussenkomst van haar werknemer [F] , nauw betrokken bij de (creatieve) totstandkoming van de 23 tracks. Dit alles brengt mee dat Spinnin
eigennaburige rechten heeft, die rechtsreeks aan de wet zijn ontleend (artikel 6 WNR Pro). Ten aanzien van die rechten kom dus alleen Spinnin een vergoedingsrecht toe, wat de conclusie rechtvaardigt dat de vorderingen 8., 9. en 10. moeten worden afgewezen.
fonogram: itend geluiden van een uitvoering of andere geluiden;”
Centraal in de definitie staat het vervaardigen. Dit begrip moet zodanig worden uitgelegd dat de persoon die de organisatie van de eerste opname op zich neemt en die daarvoor de financiële verantwoordelijkheid heeft, als fonogrammenproducent wordt aangemerkt. (…)”
- dat er innige verwevenheid is tussen Spinnin en MAS, maar ook tussen Spinnin, Rodeo Media, Doorn Music en hun aandeelhouders [A] , [F] en [B] ;
- dat [eiser] wellicht als de fonogrammenproducent beschouwd kon worden van de door hem gemaakte muzieknummers;
- dat Spinnin zelf geen cd’s maakte, maar dat liet doen door (sub)licentienemers Rodeo Media en Doorn Music, waarvan [A] , [B] en [F] zelf aandeelhouder waren/zijn;
- dat de overeengekomen royalty van 30% in de productieovereenkomst in werkelijkheid aanzienlijk minder bedroeg door de (sub)licenties voor exploitatie van tracks in het buitenland, dat door Spinnin aan derden werd overgelaten;
- dat de YouTube-inkomsten (enige aanspraak daarop was door Spinnin contractueel uitgesloten) een aardige inkomstenbron zouden kunnen vormen;
- dat er risico’s, zoals het risico van faillissement, verbonden waren aan de overdracht van de muziekopnames;
- dat MAS in 2012 geen team van werknemers had;
- dat de werknemers van Spinnin de (door [A] in zijn e-mail van 16 juli 2012 beschreven) managementtaken van MAS zouden verrichten;
- dat deze managementtaken al behoorden tot de contractuele taken van Spinnin.
t: “Tijdens onze meeting in Amstelveen hebben wij gesproken over co-management, waarbij wij onze management fee en onze platenopbrengst delen met [naam mediabedrijf].”.
“Income from Records: 50/50 split”. Op 16 juli 2013, dus na het gesprek van 5 juli 2013, mailde [D] aan [A] :
“Hi [A] , Good speaking to you earlier today. We just wanted to reaffirm our agreement on management as we await the formal paperwork (…). 50% Records Excluding ‘Animals’ which [naam mediabedrijf] is to receive 20% of Spinnin’s share (70%)”. Een dergelijke afspraak volgt ook uit de verklaring van [D] van 23 september 2016:
“At the time the co-management deal was executed, [naam mediabedrijf] believed we had an agreement in principle with Spinnin Records to share recording income 50/50, with the exception of “Animals” which would be 80/20 in Spinnin’s favor.” Uit de e-mail correspondentie en de verklaring van [D] blijkt duidelijk dat ook [naam mediabedrijf] de overtuiging had dat er met Spinnin een afspraak was gemaakt voor een 50-50 split. In dit licht is het zeer aannemelijk, zoals ook door [vader eiser] als getuige is verklaard, dat [A] zich in gelijke zin heeft uitgelaten jegens [eiser] en dat hij dit niet “abusievelijk” heeft gedaan.
t: “…gezien de verwevenheid van SR en MAS denk ik dat het meer op mijn weg ligt met externe begeleiding over condities na te denken.” Daaruit blijkt dat [eiser] bewust onder ogen zag dat hij zelf met externe begeleiding over condities zou moeten nadenken. Verder wijzen Spinnin en MAS erop dat [eiser] door ondertekening van de managementovereenkomst ervoor heeft getekend (artikel 10.3) dat hem is geadviseerd onafhankelijk advies in te winnen.
): “Hiervoor zal het management de volgende werkzaamheden in goed overleg met de Artiest verrichten (…): het adviseren van Artiest bij en het voeren van contractbesprekingen met derden ten aanzien van aan Artiest toekomende rechten van intellectuele eigendom en daarmee samenhangende royaltyvergoedingen.” In het licht van deze contractuele verplichting en als professionele partij in de muziekwereld mocht van MAS worden verwacht dat zij zich als manager van [eiser] kritisch ten opzichte van dit onderwerp zou opstellen en [eiser] hierover - ook in de precontractuele fase - (ongevraagd) zou adviseren. In ieder geval had van MAS gevraagd mogen worden dat zij [eiser] er nadrukkelijk op had gewezen dat goed verdedigbaar was dat hij heeft te gelden als de fonogrammenproducent en niet Spinnin. Zeker omdat het niet voor de hand lag aan te nemen dat Spinnin de naburig rechthebbende van de door [eiser] gemaakte tracks zou zijn. Dit blijkt niet alleen uit wat de rechtbank hierover onder 5.34. t/m 5.55. heeft overwogen, maar ook uit een e-mail van de jurist van Universal die op 3 juli 2012 onder meer schrijft:
“ [eiser] is dan in feite de fonogrammenproducent en niet Spinnin (…)”(zie 2.9.). Wat tijdens de uitvoering van de verschillende overeenkomsten in ieder geval zonder twijfel vaststond, is dat Spinnin een (groot) belang had om als fonogrammenproducent te boek te (blijven) staan. Hierdoor kwamen haar namelijk de op grond hiervan uit te keren Sena-vergoedingen toe, die zeer substantieel waren; volgens [eiser] een totaalbedrag van € 597.542,-. Met het oog hierop had [A] als directeur van Spinnin een evident tegenstrijdig belang met zijn rol van manager van [eiser] en directeur van MAS en zijn daaruit voortvloeiende verplichtingen. Ook op dit punt verbaast het daarom niet dat MAS als ter zake deskundig manager, zo mag worden aangenomen, de vraag over het fonogrammenproducentschap niet ter discussie heeft gesteld
- geïnformeerd over het feit (i) dat MAS geen eigen werknemers in dienst had ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten in 2012 maar dat haar werkzaamheden werden verricht door werknemers van Spinnin, (ii) dat Spinnin zelf geen compilatie cd’s uitbrengt maar dat dit gebeurde door Rodeo Media, (iii) dat [eiser] mogelijk als fonogrammenproducent zou moeten worden beschouwd;
- (iv) expliciet geadviseerd om in de onderhandelingen met Spinnin over de productieovereenkomst 2013 zich te laten begeleiden door een onafhankelijke derde;
- niet medegedeeld (v) dat Spinnin haar exploitatieopbrengst zou delen met [naam mediabedrijf] .
on: “During the course of negotiating the co-management deal, [A] was exclusively communicating with [artiestennaam] and his representatives about the business terms. [A] would then relay updates to SB Projects, including what terms he improved from the draft co-management template that we circulated.”
t: “Mr. Düzgün vraagt mij of de verhoging van twintig naar veertig procent commissie op verzoek is gegaan van [E] . Ik antwoord daarop dat we dit samen hebben besloten, in overleg met [D] , ik weet dit echter niet meer zeker.” Dat [naam mediabedrijf] als voorwaarde voor toetreding tot de managementovereenkomst een verhoging naar 40% had gesteld, is verder niet aannemelijk omdat dit tegenstrijdig is met het eigen conceptcontract van [naam mediabedrijf] waarin zij een vergoeding van 20% voorstelt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de mededeling van [A] aan ( [vader eiser] ) dat [naam mediabedrijf] een verhoging naar 40% als voorwaarde stelde voor toetreding tot het management, onjuist was. De onjuiste mededeling levert ook een zelfstandige grond op voor een beroep op dwaling.
15 november2017voor het nemen van een akte in conventie en in reconventie aan de zijde van [eiser] , waarin hij
uitsluitendzijn vorderingen op Spinnin en MAS nader toelicht en ingaat op de vragen en onderwerpen, zoals verwoord in 5.119. en 6.8.,