Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[derde-partij 1] , [derde-partij 2]en
[derde-partij 3], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. G. Bosma.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 25 september 2017 een tussenuitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de omgevingsvergunning voor het bouwen van een ligboxenstal bij een melkveehouderij in [woonplaats]. Eisers betwisten dat het bedrijf na uitbreiding nog voldoet aan de voorwaarden van grondgebondenheid zoals bedoeld in de beheersverordening en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Utrecht (PRV).
Verweerder had geconcludeerd dat het bedrijf na uitbreiding een grondgebonden bedrijf blijft en dat er geen strijd is met de PRV. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat verweerder ten onrechte niet heeft onderzocht of het ruwvoer na uitbreiding geheel of vrijwel geheel afkomstig is van structureel bij het bedrijf behorende landbouwgrond, zoals vereist volgens de PRV. Dit leidt tot een zorgvuldigheidsgebrek in het besluit.
De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid om binnen tien weken de gebreken te herstellen door nader onderzoek en eventueel een nieuw besluit te nemen. De behandeling van het beroep wordt aangehouden totdat dit is gebeurd. Over andere aspecten zoals landschappelijke inpassing en milieu-effecten zal de rechtbank bij de einduitspraak oordelen.
Uitkomst: De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid om binnen tien weken de gebreken in de vergunning te herstellen en houdt verdere beslissing aan.