De rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 oktober 2017 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van heling van 1100 Micron 16 GB geheugensticks, 250 Micron 8 GB geheugensticks en 236 Sandisk SSD 960 GB harde schijven, gestolen uit het magazijn van [benadeelde partij] B.V. in de periode van 4 februari tot 8 juli 2015.
De officier van justitie stelde dat verdachte niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan, gezien de gebroken veiligheidszegels, de lage prijs van circa 22% van de marktwaarde en het ongebruikelijke karakter van de transactie. De verdediging voerde aan dat verdachte te goeder trouw handelde, met marktconforme prijzen, transparante betalingen en een papieren spoor, en dat de goederen via de website van het bedrijf van verdachte en Marktplaats werden aangeboden.
De rechtbank stelde vast dat verdachte de goederen in verschillende partijen had gekocht van medeverdachte die deze had gestolen. De prijs die verdachte betaalde was aanzienlijk lager dan de nieuwprijs, maar niet ongebruikelijk laag gelet op de branchepraktijk en het feit dat de veiligheidszegels verbroken waren. Betalingen vonden plaats via de bank met duidelijke omschrijvingen, en de goederen werden openlijk te koop aangeboden.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de goederen gestolen waren. Daarom sprak zij verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die zij bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.