ECLI:NL:RBMNE:2017:5589
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- A. van Dijk
- G.L.M. Urbanus
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie leden van de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland, verwijzend naar vermeende vooringenomenheid. Het verzoek betrof zaken met zaaknummers UTR 16/105 en 17/6.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Hierbij werd benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder zitting te behandelen, omdat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke vereisten. De bezwaren waren van algemene aard en niet specifiek gericht op de gewraakte rechters. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure met zaaknummer 444758 / HA RK 17-231 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan specifieke motivering.