Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“[De onderzoeker in Jordanië] liet mij in september 2014 weten dat mevrouw [naam] sinds 16-08-2000 eigenaar is. De onderzoeker vroeg toen of dit voldoende was. Ik heb aangegeven dat ik graag een document wil ontvangen waaruit dit blijkt. Hierop heb ik nog niets gehoord.”De rechtbank stelt vast in dit e-mailbericht uitsluitend melding wordt gemaakt van een mededeling van de onderzoeker van het IBF in Jordanië, maar dat er geen objectieve stukken zijn overgelegd die deze mededeling onderbouwen. De in het e-mailbericht verzochte onderbouwing van de mededeling is niet gekomen, althans dit bevindt zich niet in het dossier en is niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Ook de verklaringen van de ex-man van eiseres, de heer [B] ( [B] ), kunnen niet als onderbouwing dienen voor het standpunt dat eiseres in de periodes in geding eigenaar van het appartement was, nu deze verklaringen subjectief zijn en niet zijn onderbouwd met objectieve stukken. Daarnaast zijn de verklaringen onvoldoende concreet. Zo heeft [B] bijvoorbeeld tegenstrijdig verklaard over de vraag hoe eiseres aan het appartement is gekomen en heeft hij nergens verklaard dat eiseres in alle periodes in geding eigenaar van het appartement was. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres in de periodes van geding eigenaar was van het appartement. Verweerder heeft daarom niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Het bestreden besluit kan daarom geen stand houden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;