ECLI:NL:RBMNE:2017:6298
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag zonder subjectief dringende reden niet verwijtbaar werkloosheid
Werknemer was sinds 1985 militair ambtenaar en werd in 2015 aangehouden op verdenking van ambtsgeheimschending en corruptie. Na voorlopige hechtenis en schorsingen verleende de werkgever in november 2016 ontslag wegens wangedrag. Werknemer vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Na bezwaar kende het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering toe omdat de werkgever niet voortvarend had gehandeld.
De rechtbank bevestigt dat de objectieve dringende reden voor ontslag aanwezig was, maar dat de werkgever onvoldoende snel heeft gehandeld om het dienstverband onverwijld te beëindigen. Het interne protocol en de noodzaak het strafdossier af te wachten rechtvaardigden volgens de rechtbank geen langdurige afwachtende houding.
De rechtbank concludeert dat de werkgever onvoldoende voortvarendheid heeft getoond, waardoor geen subjectief dringende reden bestond. Daarom is werknemer niet verwijtbaar werkloos geworden en heeft hij recht op WW-uitkering vanaf 1 december 2016. Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de minister van Defensie wordt ongegrond verklaard omdat geen subjectief dringende reden voor ontslag bestond.