Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. K. de Meulder, de behandelend rechter in bestuursrechtelijke zaken met kenmerken UTR 17/2374 en UTR 17/4265. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was, omdat deze vanaf het begin van de zitting de gemeente steunde en verzoeker de mond snoerde, geen kritische vragen stelde aan de gemeente, de partner van verzoeker buiten spel zette en de gemachtigde niet toestond alle kostenposten toe te lichten.
De rechter verweerde zich door te stellen dat hij de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had toegelicht, verzoeker en zijn gemachtigde gelegenheid had gegeven te reageren, feitelijke vragen aan de gemeente had gesteld en dat de partner van verzoeker formeel geen partij was maar wel gelegenheid had gekregen haar standpunten toe te lichten. De rechter gaf aan dat het niet toelichten van alle kostenposten een keuze van de gemachtigde was.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De kamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid of schijn daarvan. Het voorhouden van vaste rechtspraak en het stellen van vragen aan partijen is juist passend. Procesbeslissingen zoals het plaatsen van de partner in het publiek zijn niet onbegrijpelijk of indicatief voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard.
De wrakingskamer besloot de zaken voort te zetten in de stand van vóór de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.