Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Algemeen uitgangspunt bij maatwerkvoorzieningen
Bij de uitvoering van deze Nadere regels staat bij maatwerkvoorzieningen maatwerk voorop. Dit betekent dat het college in geval van maatwerkvoorzieningen kan afwijken van de bepalingen van deze Nadere regels die maatwerk in de weg staan.”
“9. Persoonsgebonden budget (PGB)
Algemeen
1. De inzet van niet-professionele (informele) zorg is toegestaan in die gevallen waarin deze zorg de gebruikelijke hulp overstijgt en waar dit aantoonbaar leidt tot betere en effectievere ondersteuning dan wanneer deze in ZiN zou worden geleverd.
2. De eerste 14 uur per week per huishouden van deze vorm van informele ondersteuning worden beschouwd als (verhoging van) de inzet van de eigen kracht en daarvoor zal geen PGB worden toegekend. (…)”
“mantelzorg, dat is zorg die uitstijgt boven de hulp die mensen geacht worden elkaar te geven op basis van algemeen aanvaarde opvattingen over wat «gebruikelijk» is en die zij elkaar geven op grond van de onderlinge relatie die tussen hen bestaat, niet afgedwongen kan worden”. De grondslag van de bestreden besluitvorming van verweerder komt naar het oordeel van de rechtbank derhalve neer op het oprekken van het begrip gebruikelijke hulp, zoals dat in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 is gedefinieerd, waardoor ten onrechte een extra drempel wordt opgeworpen die aan de toekenning van een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 in de weg staat. Reeds hierom is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres slaagt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;