ECLI:NL:RBMNE:2018:12

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 januari 2018
Publicatiedatum
3 januari 2018
Zaaknummer
16/652711-17
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • P.K. Oosterling - van der Maarel
  • R.C.J. Elte - Hamming
  • G. van de Beek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens misslag in strafoplegging met aftrek voorlopige hechtenis

Op 22 december 2017 sprak de rechtbank Midden-Nederland een vonnis uit waarin aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd opgelegd. Na de uitspraak bleek dat in het dictum van het vonnis abusievelijk geen toepassing was gegeven aan de wettelijke verplichting tot aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis had doorgebracht, zoals voorgeschreven in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank achtte het onwenselijk dat de verdachte hierdoor langer in detentie zou verblijven dan wettelijk is toegestaan. Daarom heeft zij op 2 januari 2018 een herstelvonnis gewezen waarin deze misslag in het dictum wordt hersteld. De rest van het vonnis blijft ongewijzigd.

De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis doorbracht, wordt in mindering gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf, voor zover deze tijd niet reeds op een andere straf is verrekend.

Het herstelvonnis is aan het originele vonnis gehecht en ter kennis gebracht aan verdachte en de officier van justitie. Hiermee is de correcte strafoplegging gewaarborgd zonder inhoudelijke wijziging van de strafrechtelijke beslissing.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/652711-17
Herstelvonnis
van het op 22 december 2017 uitgesproken vonnis
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1985] te [geboorteplaats]
wonende te [postcode] [woonplaats] [adres] .

1.De aanleiding

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van het vonnis van
22 december 2017 onder het kopje “Oplegging van Straf” op pagina 9 van 13 een
misslag bevat.

2.De beoordeling

Aan de verdachte is bij voormeld vonnis een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Abusievelijk is in het dictum van het vonnis verzuimd toepassing te geven aan de in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht voorgeschreven aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.
Executie van deze beslissing kan er toe leiden dat de verdachte langer in de gevangenis zou verblijven dan met toepassing van genoemde aftrek het geval is, hetgeen voor verdachte nadelige gevolgen heeft. Dit acht de rechtbank onwenselijk en daarom zal zij dit verzuim herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.

3.BESLISSING

De rechtbank:
- herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt:
  • verstaat dat de verdachte wordt veroordeeld tot: een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden;
  • bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
  • bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze

uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

- verstaat dat haar beslissing van 22 december 2017 voor het overige ongewijzigd blijft;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 22 december 2017 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte en de officier van justitie.
Dit vonnis is gewezen op 2 januari 2018 door mr. P.K. Oosterling - van der Maarel, voorzitter, mrs. R.C.J. Elte - Hamming en G. van de Beek, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. G.J. van Klompenburg, griffier.
Mr. P.K. Oosterling - van der Maarel en mr. G. van de Beek zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.