ECLI:NL:RBMNE:2018:13

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 januari 2018
Publicatiedatum
3 januari 2018
Zaaknummer
16/652710-17
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • P.K. Oosterling - van der Maarel
  • R.C.J. Elte - Hamming
  • G. van de Beek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens misslag in strafoplegging met aftrek voorlopige hechtenis

Op 22 december 2017 heeft de rechtbank Midden-Nederland een vonnis uitgesproken tegen de verdachte, waarbij een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden werd opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Na de uitspraak bleek dat in het dictum abusievelijk geen rekening was gehouden met de voorgeschreven aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis had doorgebracht, zoals voorgeschreven in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Dit zou kunnen leiden tot een langere detentie dan wettelijk toegestaan, wat nadelige gevolgen voor de verdachte heeft.

De rechtbank acht dit onwenselijk en heeft daarom op 2 januari 2018 een herstelvonnis uitgesproken waarin de misslag in het dictum wordt hersteld. De rest van het vonnis blijft ongewijzigd. De griffier is opgedragen het herstelvonnis aan het originele vonnis te hechten en dit ter kennis te brengen aan de verdachte en de officier van justitie.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/652710-17
Herstelvonnis
van het op 22 december 2017 uitgesproken vonnis
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1992] te [geboorteplaats]
wonende te [postcode] [woonplaats] [adres]
gedetineerd in [verblijfplaats] te [woonplaats] .

1.De aanleiding

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van het vonnis van
22 december 2017 onder het kopje “
Oplegging van Straf” op pagina 9 van 13 een
misslag bevat.

2.De beoordeling

Aan de verdachte is bij voormeld vonnis een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Abusievelijk is in het dictum van het vonnis verzuimd toepassing te geven aan de in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht voorgeschreven aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.
Executie van deze beslissing kan er toe leiden dat de verdachte langer in de gevangenis zou verblijven dan met toepassing van genoemde aftrek het geval is, hetgeen voor verdachte nadelige gevolgen heeft. Dit acht de rechtbank onwenselijk en daarom zal zij dit verzuim herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.

3.BESLISSING

De rechtbank:
- herstelt de kennelijke misslag in het dictum als volgt:
  • verstaat dat de verdachte wordt veroordeeld tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
  • bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 4 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
  • bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze

uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

- verstaat dat haar beslissing van 22 december 2017 voor het overige ongewijzigd blijft;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van
22 december 2017 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte en de officier van justitie.
Dit vonnis is gewezen op 2 januari 2018 door mr. P.K. Oosterling - van der Maarel, voorzitter, mrs. R.C.J. Elte - Hamming en G. van de Beek, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. G.J. van Klompenburg, griffier.
Mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en G. van de Beek zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.