Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam] , te [vestigingsplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser stelt in deze periode veel overlast te hebben ondervonden en een teruglopende omzet te hebben gehad. Het restaurant was moeilijk bereikbaar en leek gesloten. Eiser verzoekt daarom om financiële compensatie.
Ter zitting is gebleken dat verweerder geen nadeelcompensatieverordening heeft, en dat ter zake van de onderhoudswerkzaamheden aan de werven evenmin beleidsregels over de vergoeding van nadeelcompensatie zijn vastgesteld, die deugdelijk zijn gepubliceerd. Daarom zijn partijen ter zitting in de gelegenheid gesteld om de verleende omgevingsvergunning voor de reconstructie van de kademuren aan de rechtbank over te leggen. Bij brief van 29 december 2017 heeft verweerder de omgevingsvergunning, gedateerd 10 december 2012, aan de rechtbank overgelegd. Partijen zijn het erover eens dat deze vergunning aangemerkt moet worden als het schadeveroorzakend besluit. De rechtbank sluit zich hierbij aan en concludeert dan ook dat zij bevoegd is van het beroep tegen het bestreden besluit kennis te nemen.