Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 december 2017,
- de akte uitlating van [eiser] ,
- de akte uitlating van Reaal.
2.De verdere beoordeling
678,00(1,5 punt × tarief € 452,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding van gedaagde sub 1 B.V. en diens verzekeraar Reaal Schadeverzekeringen N.V. De advocaat van gedaagde sub 1 heeft zich onttrokken, waardoor gedaagde sub 1 niet langer door een advocaat wordt vertegenwoordigd. De rechtbank overweegt dat bij verplichte procesvertegenwoordiging de procedure wordt voortgezet, ook zonder advocaat.
Eerder is in een vergelijkbare zaak de aansprakelijkheid van gedaagde sub 1 afgewezen. Omdat eiser dezelfde gronden aanvoert, wijst de rechtbank ook in deze procedure de vorderingen af. Op grond van artikel 7:954 BW Pro kan eiser niet meer vorderen van Reaal dan wat gedaagde sub 1 zelf zou kunnen vorderen, zodat ook de vordering tegen Reaal wordt afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Reaal, begroot op €1.286,00, en in de kosten aan de zijde van gedaagde sub 1, die nihil zijn. Daarnaast worden de na dit vonnis ontstane kosten voor Reaal aan eiser opgelegd, met een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het vonnis is gewezen door mr. M.J. Slootweg en op 28 maart 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.