De rechtbank Midden-Nederland sprak verdachte vrij van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het telen en/of bezit van hennep in de periode van april 2014 tot februari 2016. Hoewel verdachte in dossiers voorkwam en er aanwijzingen waren zoals vingerafdrukken en telefoongesprekken, was het bewijs onvoldoende om zijn deelname aan een georganiseerde hennepteelt te bewijzen.
Daarnaast werd verdachte ook vrijgesproken van medeplegen van het bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van 35,5 kilogram hennep in januari 2015. Hoewel verdachte in een auto zat waar een sterke hennepgeur werd waargenomen, kon niet wettig en overtuigend worden vastgesteld dat hij toegang had tot de hennepknipruimte of betrokken was bij het knippen.
De rechtbank concludeerde dat de bewijsmiddelen fragmentarisch en onvoldoende samenhangend waren om deelname aan een criminele organisatie of medeplegen van hennepdelicten te bewijzen. De officier van justitie had vrijspraak gevraagd voor het medeplegen, maar wilde wel veroordeling voor deelname aan de organisatie. De rechtbank volgde dit niet en sprak verdachte volledig vrij.