ECLI:NL:RBMNE:2018:2295
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking jachtakte op grond van Wet natuurbescherming en rechtsbescherming
De zaak betreft het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn jachtakte door de korpschef van politie en het daaropvolgende besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om dit besluit te handhaven. De intrekking vond plaats op grond van artikel 5.4, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet natuurbescherming (Wnb), waarbij verweerder stelde dat eiser wegens strafrechtelijke veroordelingen niet langer betrouwbaar was voor het bezit van wapens en munitie.
De rechtbank oordeelt eerst over haar bevoegdheid, waarbij zij vaststelt dat hoewel de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep tegen dergelijke besluiten uitsluit, dit per abuis is gebeurd. De rechtbank acht zich daarom bevoegd om het beroep inhoudelijk te behandelen, mede gelet op het wetsvoorstel tot herstel van de rechtsbescherming.
Inhoudelijk stelt de rechtbank vast dat eiser reeds jaren een jachtakte bezat en recentelijk was veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank volgt verweerder in de uitleg dat een strafrechtelijke veroordeling voldoende grond is om het vertrouwen in het verantwoord wapenbezit te verliezen, ongeacht de aard van de strafbare feiten. Ook het belang van eiser bij behoud van zijn jachtakte voor beheer en schadebestrijding weegt niet op tegen het dwingende karakter van de wet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de intrekking van de jachtakte.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de jachtakte.