ECLI:NL:RBMNE:2018:2573
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak strafbeschikking
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter J.W. Veenendaal, die op 28 mei 2018 een eindbeslissing nam door het verzet tegen een strafbeschikking niet-ontvankelijk te verklaren. Het wrakingsverzoek werd op 30 mei 2018 ingediend, dus na de einduitspraak van de rechter.
Volgens artikel 512 Sv Pro kan een rechter worden gewraakt indien er gegronde vrees bestaat voor partijdigheid, maar dit verzoek kan niet worden ingediend nadat de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat dan de behandeling van de zaak is beëindigd.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoeker niet meer mogelijk is om wraking te verzoeken na de einduitspraak en verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk. Gezien deze kennelijke niet-ontvankelijkheid vond geen mondelinge behandeling plaats.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter C.A. de Beaufort en leden A. van Dijk en M.J. Slootweg, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2018. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.