ECLI:NL:RBMNE:2018:2630
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rechtspersoon voor hennepteelt ondanks aanwezigheid kwekerij in gehuurd pand
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 juni 2018 de strafzaak tegen [bedrijfsnaam] B.V. wegens het vermeend telen en aanwezig hebben van circa 415 hennepplanten in een pand te Maarssen in de periode van juli tot september 2014. Na een anonieme melding voerde Stedin een netmeting uit die een patroon van een hennepkwekerij aangaf. De politie trof in het pand diverse kwekerijbenodigdheden en hennepresten aan, en constateerde een illegale elektriciteitsaansluiting.
De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden en vorderde schuldverklaring zonder strafoplegging. De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat in de ten laste gelegde periode een kwekerij actief was geweest in het pand van de verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de aanwezigheid van de kwekerij in het pand vaststond, maar dat dit niet automatisch betekent dat de rechtspersoon als dader kan worden aangemerkt. Gezien de bedrijfsactiviteiten van de verdachte (handel in scooters en bromfietsen) en het ontbreken van aanwijzingen dat de kwekerij binnen de normale bedrijfsvoering viel of de rechtspersoon diende, werd de gedraging niet aan de rechtspersoon toegerekend.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de rechtspersoon vrij omdat de hennepkwekerij niet aan de bedrijfsvoering kan worden toegerekend.