Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 juni 2018 de ontnemingsvordering tegen een bedrijf, waarbij de officier van justitie vorderde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van €21.813,29 aan de Staat zou worden betaald.
De ontnemingsvordering werd gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen de verdachte. De verdediging bepleitte vrijspraak en verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot ontneming.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde gronddelict dat aan de ontnemingsvordering ten grondslag lag. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, onder voorzitterschap van mr. R.L.M. van Opstal en met medewerking van mrs. K.J. Veenstra en M.W.V. van Duursen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak van het gronddelict.