ECLI:NL:RBMNE:2018:3120
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in zaak machtiging voortgezet verblijf
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P.W.G. de Beer, behandelend rechter in een zaak over machtiging tot voortgezet verblijf. Het verzoek is gebaseerd op vermeende vooringenomenheid door het betrekken van een grotendeels vals strafblad en vermeende onrechtmatigheden in de psychiatrische en rechterlijke macht.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en de maatstaf of er sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Verzoeker bracht tijdens de mondelinge behandeling zijn wantrouwen tegen de rechtspraak en de BOPZ-rechtspraak naar voren.
De wrakingskamer oordeelt dat algemene kritiek op de rechtspraak en persoonlijke overtuigingen geen grond vormen voor wraking. Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden die een objectieve vrees voor partijdigheid van mr. De Beer rechtvaardigen. Daarom wordt het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en wordt de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. De Beer wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.