ECLI:NL:RBMNE:2018:3136
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing gemeentelijk monument ondanks bezwaren eigenaar
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 juli 2018 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de aanwijzing van een pand als beschermd gemeentelijk monument. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had het pand, ontworpen in de jaren 60 en kenmerkend voor de wederopbouwperiode, aangewezen als gemeentelijk monument. De eigenaren, die het pand willen transformeren naar appartementen, voerden bezwaar aan tegen deze aanwijzing.
De rechtbank oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het algemeen belang bij het behoud van de cultuurhistorische waarden van het pand zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de eigenaren. De toevoeging van een aanbouw uit 2000 aan de monumentaanwijzing werd gerechtvaardigd omdat het pand als bouwkundige eenheid fungeert. Verder werd geoordeeld dat de presentatie van het pand als monument voorafgaand aan de bezwaarbeslissing geen vooringenomenheid van het college opleverde.
Hoewel de eigenaren stelden dat de monumentstatus de transformatie en verkoopbaarheid bemoeilijkt en excessieve onderhoudskosten met zich meebrengt, vond de rechtbank dat deze belangen onvoldoende concreet en onderbouwd waren om de aanwijzing te verhinderen. Het college had bovendien aannemelijk gemaakt dat hergebruik en transformatie mogelijk zijn, zoals blijkt uit een positief advies van de Commissie Welstand en Monumenten over een schetsplan voor appartementen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat het algemeen belang bij behoud van monumenten kan prevaleren boven individuele belangen, mits er redelijke mogelijkheden voor hergebruik bestaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument is ongegrond verklaard.