Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure in de zaak C/16/342982 / HA ZA 13-316
- het tussenvonnis van 9 juli 2014,
- de conclusie van repliek van Beckx c.s. met producties,
- de akte depot van Beckx c.s.,
- de conclusie van dupliek van Rubik met productie,
- de akte depot van Rubik ,
- de door Rubik en Beckx c.s. overgelegde kostenspecificaties,
- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota’s van Beckx c.s. en Rubik .
2.De procedure in de zaak C/16/364692 / HA ZA 14-220
- het tussenvonnis van 9 juli 2014,
- de conclusie van repliek van Rubik met producties,
- de conclusie van dupliek van Becks c.s.,
- de akte depot van Rubik ,
- de door Rubik en Beckx c.s. overgelegde kostenspecificaties,
- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota’s van Rubik en Beckx c.s.
3.De feiten
4.Het geschil
in de zaak C/16/342982 / HA ZA 13-316
5.De beoordeling
(HvJ EU 16 juli 2009, C-5/08, ECLI:EU:C:2009:465, Infopaq I). Deze toets wordt in de praktijk wel de EIS-toets genoemd. Daarvan is sprake “wanneer de auteur bij het maken van het werk zijn creatieve bekwaamheden tot uiting heeft kunnen brengen door het maken van vrije en creatieve keuzen” oftewel “indien de auteur over voldoende vormgevings(keuze)mogelijkheden beschikt die hem in staat stellen aan zijn werk een persoonlijke noot te geven” (HvJ EU 1 december 2011, C-145/10, ECLI:EU:C:2011:798, Painer/Standard cs). Volgens het Europese Hof van Justitie voldoen onderdelen van een werk die louter worden gekenmerkt door hun technische functie niet aan het oorspronkelijkheidscriterium, omdat daaraan niet is voldaan “wanneer de uitdrukking van deze onderdelen door hun technische functie wordt bepaald, aangezien de verschillende manieren om een idee uit te voeren dan zodanig beperkt zijn dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan. In een dergelijk geval kan de auteur door middel van de onderdelen (…) onmogelijk uitdrukking geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat komen dat een eigen intellectuele schepping vormt.” (HvJ EU 22 december 2010, C-393/09, ECLI:EU:C:2010:816, BSA).
iedereinbreuk op dit auteursrecht te verbieden, is te vaag geformuleerd en daarom niet toewijsbaar. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht moet per geval beoordeeld worden in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk inbreuk makende product en het beweerdelijk nagebootste werk overeenstemmen en in hoeverre deze overeenstemming het resultaat is van het overnemen van de auteursrechtelijk beschermde (combinatie van) elementen of trekken van het werk. In deze zaak moet dus beoordeeld worden of met de door Beckx c.s. verhandelde Magic Cube (zie afbeelding 9) en Keychain Magic Cube (zie afbeelding 10) inbreuk wordt gemaakt op het aan Rubik toekomende auteursrecht op de gedecoreerde versie van de Rubiks kubus.
34.272,83