Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 juli 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag en medeplichtigheid aan ontuchtige handelingen met die minderjarige. De feiten betroffen het laten overnachten van het meisje in de woning van verdachte en het beschikbaar stellen van die woning voor ontuchtige handelingen gepleegd door een medeverdachte.
Tijdens de terechtzittingen op 5 maart en 29 juni 2018 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De verdediging voerde aan dat verdachte geen beslissende invloed had op het weglopen van de minderjarige en geen opzet had op het plegen van ontuchtige handelingen. De rechtbank oordeelde dat verdachte slechts passief toestond dat de minderjarige in zijn woning verbleef en dat hij geen opzet had op het onttrekken aan het gezag of op de ontuchtige handelingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen en werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, die bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van onttrekking aan het ouderlijk gezag en medeplichtigheid aan ontuchtige handelingen.