Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
allemedicijnen van hem zijn. Deze verklaring wordt ondersteund door het gegeven dat alle op de tenlastelegging genoemde medicijnen en de aan verdachte voorgeschreven medicijnen ook bij elkaar zijn aangetroffen en niet her en der door de woning verspreid, zoals beter zou passen bij verdachtes verklaring ter terechtzitting. De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3. en 4. ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid medicijnen heeft begaan.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;