ECLI:NL:RBMNE:2018:446
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing op bezwaarschrift tegen vervangende hechtenis wegens niet-uitvoering taakstraf
De veroordeelde maakte bezwaar tegen de kennisgeving van het bevel tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis van 68 dagen, opgelegd wegens het niet volledig uitvoeren van een taakstraf van 136 uren. De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift niet binnen de reguliere termijn van veertien dagen na betekening was ingediend, maar oordeelde dat de termijn pas kon aanvangen vanaf het moment dat de veroordeelde daadwerkelijk van de kennisgeving op de hoogte was, namelijk bij zijn aanhouding.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift daardoor tijdig was ingediend en de veroordeelde ontvankelijk was. Vervolgens werd inhoudelijk beoordeeld of de vervangende hechtenis terecht was bevolen. Uit een rapport van de reclassering bleek dat de veroordeelde slechts 82 van de 218 uren taakstraf had uitgevoerd, ondanks meerdere waarschuwingen en afspraken. De verdediging stelde dat er sprake was van miscommunicatie en dat de veroordeelde wel het afgesproken aantal uren had gewerkt.
De rechtbank verwierp dit verweer op grond van het reclasseringsrapport waarin werd vastgesteld dat de veroordeelde zich niet altijd ziek had gemeld en afspraken niet was nagekomen, waaronder het niet overleggen van een afspraakbevestiging met de huisarts. Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat de officier van justitie terecht de vervangende hechtenis had bevolen en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de vervangende hechtenis is ongegrond verklaard en de hechtenis wordt ten uitvoer gelegd.