Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 september 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , namens NS-groep van 26 februari 2018, genummerd PL0900-2018031393-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland
‘Er is iemand die pa heeft geappt en zich als mij heeft voorgedaan. Pa heeft vervolgens geld overgemaakt naar die persoon.’ Aangevers zoon is toen direct naar zijn vader toegegaan. Die vertelde hem:
‘Ik dacht dat ik door [A] werd geappt en dat ze geld nodig had, omdat ze door een storing geen geld kon overmaken. Ik heb toen geld overgemaakt.’
‘heey pap, hoe is het? Dit is mijn nieuwe nummer’ [9] .Op dezelfde dag om 22:33 uur heeft aangever het volgende bericht ontvangen:
‘Ik heb even kort je hulp nodig, mijn internetbankieren heeft een storing. Waardoor ik mijn rekeningen niet kan betalen. Zou ik het via jou internetbankieren mogen doen? Dat ik het geld contant breng of terug boek zodra de storing verholpen is.’
: ‘Pap kan ik de rekeningen doorsturen? Dat je het voor mij overboekt?’en
‘ [rekeningnummer] bedrag 2311,00 beschrijving: toptc1789.’Aangevers zoon heeft toen ingelogd op het ING bank account van zijn vader en heeft gezien dat zijn vader 2311 euro heeft overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [B] [10] . [11]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 16 maanden;
bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd,tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1464,-
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1464,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 24 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van de NS-Groep toe tot een bedrag van € 535,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de NS-Groep van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2017 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de NS-Groep aan de Staat € 535,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2311,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de [slachtoffer 2] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;