Eiseres werd door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Almere gelast om het gebruik van haar woning als seksinrichting per 1 januari 2018 te beëindigen. Dit volgde op onderzoek waaruit bleek dat zij bedrijfsmatig seksuele handelingen verrichtte in haar BDSM-praktijk, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan en de APV.
De kern van het geschil betrof de vraag of de activiteiten van eiseres als seksuele handelingen moeten worden aangemerkt. Verweerder stelde dat BDSM-handelingen, waaronder pijnprikkels en bondage, onder reguliere taalgebruik als seksuele handelingen vallen. Eiseres betoogde dat haar praktijk geen seksuele handelingen omvat, maar gericht is op het opzoeken van pijngrenzen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat BDSM-handelingen in het reguliere taalgebruik als seksuele handelingen kunnen worden beschouwd en dat eiseres zonder vergunning een seksinrichting exploiteerde. Echter, de omschrijving in de last was te ruim doordat ook BDSM- en SM-handelingen werden aangemerkt als seksuele handelingen, terwijl dit niet altijd het geval is.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover de zinsnede over het staken van alle BDSM- en SM-handelingen niet was geschrapt. De rechtbank bepaalde zelf dat deze tekst uit de last wordt verwijderd. Tevens werd eiseres een proceskostenvergoeding toegekend en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.