Eisers, een onderneming gespecialiseerd in daklichten en taxiborden, vorderden in kort geding dat gedaagden werden veroordeeld tot het staken van inbreuk op auteursrechten en slaafse nabootsing van hun taxibord, het zogenaamde "[naam]". Gedaagden hadden een nieuw daklicht ontworpen dat volgens eisers inbreuk maakte op hun auteursrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voor auteursrechtelijke bescherming een werk een eigen, oorspronkelijk karakter moet hebben en het persoonlijk stempel van de maker moet dragen. Eisers konden niet voldoende aantonen dat hun taxibord aan deze eisen voldeed, mede omdat zij het vormgevingserfgoed niet voldoende hadden betwist en geen voorbeelden overlegden van taxiborden die dateren van vóór 2008.
De afzonderlijke kenmerken van het taxibord, zoals trapeziumvorm, kunststof uitvoering, afgeronde hoeken, het middenscherm en kleurverschillen, bleken gebruikelijk en technisch bepaald, zonder creatieve keuzes die auteursrechtelijke bescherming rechtvaardigen. Ook de combinatie van deze elementen leverde geen oorspronkelijk werk op. Daarnaast werd geen eigen plaats op de markt aangetoond voor het taxibord, waardoor ook de vordering wegens slaafse nabootsing faalde.
De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten, waarbij een deel van de kosten werd toegerekend aan de werkzaamheden van gedaagden die betrekking hadden op de auteursrechtelijke grondslag. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2018.