Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 oktober 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] mede namens de rechtspersoon [winkel 1] van 24 augustus 2017, genummerd PL0900-2017260216-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 6 e.v.;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] mede namens de rechtspersoon [winkel 2] van 27 augustus 2017, genummerd PL1700-2017271193-1, opgemaakt door de politie Rotterdam, doorgenummerde pagina 1 e.v..
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- wijst de vordering van [winkel 1] toe tot een bedrag van € 345,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [winkel 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [winkel 1] aan de Staat € 345,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 6 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.