Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaaknummer: UTR 18/3030 RECTIFICATIE pagina 4, rechtsoverweging 10
[verzoeker 1] , te [woonplaats] , verzoeker, en
de burgemeester van de gemeente Lelystad, verweerder
Woonstichting Centrada, te Lelystad.
Procesverloop
Overwegingen
Van een aanloop naar de woning vanuit het criminele drugscircuit is volgens verzoekers geen sprake. Hoewel door buurtbewoners in het verleden over overlast is geklaagd, heeft dit volgens verzoekers met drugshandel niets te maken. Verzoeker is vanwege zijn beperkingen gebonden aan de woning. Zijn vrienden komen daarom naar hem en niet andersom, zodat hij vaak veel (luidruchtige) vrienden over de vloer heeft.
maximaal 5 gram softdrugs en maximaal 0,5 gram harddrugsruimschoots te boven gingen. Dit wordt door verzoekers ook niet betwist.
Nu verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt in welke mate sprake was van een drugsgerelateerde verstoring van de openbare orde, is evenmin inzichtelijk geworden welke maatregel nodig was om het woon- en leefklimaat en de openbare orde te herstellen en of verweerder tot de meest verstrekkende maatregel moest grijpen.
Het standpunt van de gemachtigde van verweerder ter zitting dat de gevolgen van woningsluiting voor een gezin met kinderen ook ingrijpend zijn en dat de situatie van verzoekers niet anders is dan een dergelijke of willekeurig welke andere situatie, althans dat de situatie van eisers niet tegen een andere situatie kan worden afgezet, slaagt niet. Indien tot sluiting van een woning van een gezin met kinderen wordt overgegaan dient net zozeer rekening te worden gehouden met de belangen van de kinderen, als in dit geval met de belangen van verzoeker als persoon met een handicap. Verweerder miskent aldus dat de nadelige gevolgen van woningsluiting voor verzoeker verder strekken dan voor iemand zonder handicap, die niet afhankelijk is van een aangepaste woning.