ECLI:NL:RVS:2018:738
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handelshoeveelheid harddrugs onder bestuursdwang
Op 17 december 2015 werd in de woning van appellant 6,74 gram cocaïne aangetroffen. De burgemeester van Tilburg besloot daarop de woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank stelde een nieuwe lijn voor waarbij een hoeveelheid boven 0,5 gram niet automatisch voor verkoop wordt aangenomen, maar oordeelde dat de burgemeester voldoende feiten had aangevoerd om de sluiting te rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State herbeoordeelde het geschil en bevestigde de vaste jurisprudentie dat bij een hoeveelheid harddrugs boven 0,5 gram in beginsel wordt aangenomen dat deze bestemd is voor verkoop, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Appellant slaagde er niet in dit tegenbewijs te leveren. De burgemeester had bovendien aanvullende aanwijzingen, zoals gripzakjes en verklaringen van derden, die de handel bevestigden.
Verder oordeelde de Afdeling dat de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en dat de sluiting proportioneel was, mede gelet op het belang van het woon- en leefklimaat en de openbare orde. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de burgemeester gegrond en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid cocaïne wordt bevestigd.