Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd bij de sociale recherche op 22 augustus 2017, zie pagina’s 445 (alinea 8) en 447 (alinea 1) en op 23 augustus 2017, zie pagina’s 469 (alinea’s 8 en 11), 471 (alinea’s 5, 7 en 8) en 475 (alinea 6);
- schriftelijke bescheiden, te weten periodieke verklaringen over het jaar 2014, zie pagina’s 99 t/m 124;
- schriftelijke bescheiden, te weten wijzigingsformulieren over 2015 en 2017, zie pagina’s 125 t/m 130;
- het proces-verbaal op pagina 43, onder 11.6 en 6e gedachtenstreepje waar staat dat uit onderzoek naar de bankrekening van verdachte met nummer [rekeningnummer] is gebleken dat in de periode van 23 januari 2014 tot en met 26 mei 2017 in totaal €87.305,81 werd bijgeschreven, waarvan €672,47 bekend was bij de dienst;
- een schriftelijk bescheid op pagina 507, te weten de beschikking Participatiewet van de gemeente Gooise Meren van 20 december 2017, waarin een bedrag van in totaal €53.361,34 aan ten onrechte/teveel uitgekeerde bijstand wordt teruggevorderd van verdachte.