ECLI:NL:RBMNE:2018:5823
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing vergunning Wet natuurbescherming vanwege twijfel aan PAS en stikstofdepositie
Op 20 november 2018 behandelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen vergunningen verleend door Gedeputeerde Staten op grond van de Wet natuurbescherming. Verzoekers betoogden dat bij de vergunningverlening onvoldoende rekening was gehouden met de gevolgen voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Centrale vraag was of het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de bijbehorende passende beoordeling voldoen aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Het Hof van Justitie gaf op 7 november 2018 prejudiciële antwoorden met kritische opmerkingen over het PAS. De voorzieningenrechter achtte niet uitgesloten dat het PAS aanpassing behoeft.
Gezien de onzekerheid over de wetenschappelijke onderbouwing en het nader te verstrekken bewijs door verweerder, en het nader te behandelen bodemgeschil, besloot de voorzieningenrechter de vergunning van 9 juni 2017 te schorsen tot zes weken na de bodemuitspraak. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan verzoekers toegekend.
In twee andere zaken werd de voorlopige voorziening afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De uitspraak bindt niet in het bodemgeding en is onherroepelijk.
Uitkomst: De vergunning van 9 juni 2017 wordt geschorst tot zes weken na de bodemuitspraak vanwege onzekerheden over het PAS en de stikstofeffecten.