ECLI:NL:RVS:2017:1259
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vergunningverlening onder het Programma Aanpak Stikstof en de Habitatrichtlijn
Deze zaak betreft beroepen van de Stichting Werkgroep Behoud de Peel tegen vergunningen voor zes agrarische bedrijven in Noord-Brabant die stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. De vergunningen zijn verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en bijbehorende regelgeving.
De Werkgroep betoogt dat het PAS onvoldoende waarborgt dat de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden worden gehaald en dat het PAS niet voldoet aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn, met name vanwege het ontbreken van een individuele beoordeling per project en de betrokkenheid van herstel- en compensatiemaatregelen in de passende beoordeling. Het college stelt dat het PAS en de regelgeving correct uitvoering geven aan de Habitatrichtlijn en dat het ambitieniveau van het PAS toereikend is.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt uitgebreid over de programmatische aanpak, de juridische vormgeving, de rol van het softwarepakket AERIUS en de verhouding tot artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. De Afdeling concludeert dat het ambitieniveau van het PAS verenigbaar is met de Habitatrichtlijn en dat de uitzondering op de vergunningplicht voor projecten met een stikstofdepositie onder bepaalde drempel- en grenswaarden toelaatbaar is, mits de cumulatieve effecten passend zijn beoordeeld binnen het PAS.
De Afdeling ziet geen aanleiding om het college te verbieden om vergunningen te verlenen onder het PAS en acht de regeling in overeenstemming met het nationale en Europese recht. De zaak is verwezen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie voor prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn op het PAS.
Uitkomst: De Afdeling oordeelt dat het PAS en de vergunningverlening verenigbaar zijn met artikel 6 van de Habitatrichtlijn, maar stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.