Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Maatschap [derde-partij], te [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 20 november 2018 behandelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland vier verzoeken om voorlopige voorziening tegen vergunningen verleend door Gedeputeerde Staten op grond van de Wet natuurbescherming voor wijzigingen in veehouderijen. Verzoekers stelden dat de vergunningen onvoldoende rekening hielden met de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
De kern van het geschil betrof de vraag of het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de bijbehorende passende beoordeling voldoen aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Het Hof van Justitie had op 7 november 2018 prejudiciële vragen hierover beantwoord en kritische kanttekeningen geplaatst bij het PAS.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet uitgesloten is dat het PAS aanpassing behoeft en dat de vergunning voor de vleesrundveehouderij, voor zover deze betrekking heeft op meer dan 1093 kalveren, geschorst moet worden tot zes weken na de uitspraak in het bodemgeschil. De voorzieningenrechter wees ook het verzoek om voorlopige voorziening in twee andere zaken af wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoekers. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.M. van der Linde en griffier W.B. Lakeman op 29 november 2018.
Uitkomst: De vergunning voor meer dan 1093 kalveren wordt geschorst tot zes weken na de uitspraak in het bodemgeschil.