Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 november 2018 in de zaak tussen
Gemeente Utrecht, te Utrecht, eiseres
[naam derde-partij], te [woonplaats] (werkneemster), gemachtigde: mr. B.M. Jurgens.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft de vraag of bij de berekening van de WIA-uitkering rekening moet worden gehouden met het verlaagde loon van werkneemster als gevolg van haar deelname aan het generatiepact van eiseres, de Gemeente Utrecht.
De werkneemster werkt minder uren tegen een lager loon, maar behoudt pensioenopbouw over haar oorspronkelijke arbeidsduur. Eiseres stelt dat de betalingen uit het generatiepact als oudedagsvoorziening moeten worden aangemerkt, zodat het oorspronkelijke loon als grondslag voor de WIA-uitkering moet gelden. Verweerder, het UWV, stelt dat het generatiepact een gunstige arbeidsvoorwaarde is en niet overeenkomt met een oudedagsvoorziening.
De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat het generatiepact niet leidt tot een periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening zoals bedoeld in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten. Ook de hardheidsclausule van het AIB is niet van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van de WIA-uitkering blijft gebaseerd op het verlaagde loon.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verlaagde loon uit het generatiepact wordt meegenomen bij de berekening van de WIA-uitkering.