ECLI:NL:CRVB:2016:1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking IOAW-uitkering wegens onjuiste toerekening pensioenafkoopsom
Appellanten ontvingen een IOAW-uitkering tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In april 2013 ontvingen zij afkoopsommen van vier pensioenregelingen. Het college trok daarop de uitkering over april 2013 in en vorderde ten onrechte de reeds betaalde uitkering terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onterecht de afkoopsommen volledig aan de maand van ontvangst heeft toegerekend. Dit leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat, omdat pensioenafkoopsommen bestemd zijn voor de periode ná de pensioengerechtigde leeftijd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de ten onrechte teruggevorderde bedragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht de intrekking en terugvordering van de IOAW-uitkering te herroepen en kosten te vergoeden.