Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
vord. tul); 21/003084-15 (
vord. tul) (P)
gedetineerd in PI [verblijfplaats] – te [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair) op 3 oktober 2017 te Amersfoort heeft geprobeerd om hoofdagent [verbalisant 1] zwaar te mishandelen door al snelheidverhogend in de richting waar die [verbalisant 1] zich bevond; dan wel
subsidiair) dat hij door aldus te handelen [verbalisant 1] heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling ;
subsidiair) dat hij door aldus te handelen [verbalisant 2] heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
telkenshet volgende strafbare feit op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING
parketnummer 21/003084-15) en 8 mei 2017 (
parketnummer 21/004070-16) is aan verdachte respectievelijk een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden en een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden zullen deze straffen alsnog ten uitvoer worden gelegd. De rechtbank neemt hierbij ook in overweging dat het voorwaardelijk strafdeel onder parketnummer 21/003084-15 is opgelegd voor een soortgelijk feit.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 45, 57, 302 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet;
- 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994,
12.BESLISSING
gevangenisstrafvan
2 jaren;
ontzegtverdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 maanden;