De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 maart 2019 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot bevestiging van de conversie van een voorwaardelijke machtiging in een voorlopige machtiging voor betrokkene met een schizo-affectieve stoornis.
Betrokkene had een voorwaardelijke machtiging gekregen op 28 januari 2019, maar de geneesheer-directeur besloot op 5 februari 2019 tot conversie vanwege niet-naleving van voorwaarden, dreigend gevaar door ontremd gedrag en twijfels over medicatie-inname. Betrokkene voerde aan dat hij de voorwaarden naleefde en dat het incident op straat onschuldig was, maar dit werd weersproken door de instelling en de geneesheer-directeur.
De rechtbank oordeelde dat zowel ten tijde van de conversiebeslissing als op het moment van de zitting het gevaar voor betrokkene en anderen aanwezig bleef en niet anders kon worden afgewend dan door opname. Het bezwaar van betrokkene werd afgewezen en de voorlopige machtiging werd voortgezet tot 28 juli 2019.