Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering van [eiseres] en het verweer van [gedaagde]
4.De beoordeling
720,00(totaalbedrag voor gemiddelde zaak)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, geboren in 1952, werkte sinds 2007 bij gedaagde en diende een verzoek in om na haar AOW-gerechtigde leeftijd door te werken. De werkgever wees dit verzoek af met het argument van een bedrijfsbelang bij verjonging. De Geschillencommissie verklaarde het bezwaar van eiseres gegrond en adviseerde het verzoek toe te wijzen. De werkgever handhaafde de afwijzing zonder voldoende motivering.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever het advies van de Geschillencommissie niet adequaat had meegewogen en onvoldoende concrete argumenten had gegeven om het doorwerken te weigeren. Het algemene belang van verjonging volstaat niet als individuele bedrijfsbelang om het doorwerkverzoek te weigeren. Eiseres werd daarom in het gelijk gesteld.
De werkgever werd veroordeeld om eiseres binnen zeven dagen toe te laten tot haar werkzaamheden tot haar 68e verjaardag en haar salaris vanaf de AOW-leeftijd tot die datum door te betalen, inclusief wettelijke verhogingen en rente. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot betaling van proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld om werknemer toe te laten tot werk en salaris door te betalen tot pensioenleeftijd vanwege onvoldoende motivering afwijzing doorwerkverzoek.