ECLI:NL:RBMNE:2019:1947
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.M. Spelt
- N.M.H. van Ek
- M.C. Brans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WW-uitkering directeur-grootaandeelhouder
Eiser ontving een WW-uitkering vanaf 1 november 2013, maar het UWV herzag deze en vorderde €64.938,96 terug omdat eiser op dat moment directeur-grootaandeelhouder was van een B.V. Volgens de wet geldt voor directeur-grootaandeelhouders geen dienstbetrekking in de zin van de WW, waardoor zij niet verzekerd zijn voor de WW.
Eiser stelde dat hij feitelijk werknemer was bij een ander bedrijf met gezag, loon en arbeid, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd omdat de aanvraag betrekking had op zijn positie bij de B.V. waarvan hij directeur-grootaandeelhouder was. Ook het beroep op te goeder trouw en dringende redenen voor terugvordering slaagde niet.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de herziening en terugvordering terecht waren. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering.